chant du jardin secret
Ineens passen stukjes feilloos in elkaar. Soms denk ik dat ik deze kwijt ben, totdat zij naadloos aaneensluiten, in vorm, tekening en kleur.
Chant du jardin secret
De studeerkamer
In de studeerkamer van mijn vader, staar ik naar het eikenhouten bureau. Het met leer overtrokken schrijfblad, de laadjes met de koperen handgrepen, herinneren mij aan de kleine jongen die ik was. Het kind dat staande naast dit bureau met discipline de tafels van tien heeft opgezegd.
De uitvaartwensen
Nu zoek ik in deze ruimte een gesloten enveloppe. De gesloten enveloppe met de uitvaart wensen. Ijlings doorzoek ik de paperassen; mijn familie wacht. In de geordendheid van mijn vader worden zijn wensen gevonden. Een geheel van eenvoud en bescheidenheid, waaronder een gedicht.
Mijn Schild en Wapen
Nicolaas Beets is de dichter van het gedicht dat mijn vader als voordracht wenste. De titel 'de moerbeitoppen ruischten;' is eveneens de aanvang van het gedicht dat vervolgt: 'God ging voorbij; neen, niet voorbij, hij toefde; Hij wist wat ik behoefde en sprak tot mij. Den morgen die mij wekte begroette ik blij. Ik had zoo zacht geslapen. En Gij, mijn Schild en Wapen, waart nog nabij'.
Het atelier
In Overijssel, in prachtig zomerweer op de fiets neem ik een verkeerde afslag; dat dacht ik tenminste zo het later bleek. In het dorpje waarin ik verdwaalde kwam ik tot stilstand bij de kerk. Tegenover de kerk, langs de weg valt mijn oog op een bord: 'Welkom, expositie en tuin.' Ik fiets door en keer om. Opnieuw kom ik tot stilstand en ik kijk naar het statige huis waarnaar dit bord verwijst. Dan komt een meneer naar buiten en zegt: "U bent hier goed hoor, ik zie u kijken, kom rustig verder".
De ommuurde tuin
Een huis met enkele traptreden, een bordes, een hoge, smalle voordeur. Daglicht in een open ruimte, aquarellen met gekleurde vogels. De klassieke muziek die klinkt herinnert mij aan het adagio van de Song from a Secret Garden. Maar daar, daar tegenover de voordeur, eenzelfde deur, daar wil ik doorheen. De deur opent langzaam, warm zonlicht, het adagio van de muziek en een ommuurde tuin. De tuin is aangeplant met Bijbelse planten elk met keurig bordje waarop Latijnse naam en Bijbels vers.
De moerbeiboom
Midden in de tuin torent een moerbeiboom of Moerbeziënboom zoals de Staten Vertaling hem noemt. Zijn hoge, slanke kroon; ik nader langzaam de boom over het fijne grind. Reik mijn hand naar zijn stam, het generfde blad en de kleine vruchtjes, de moerbeibessen, die op frambozen lijken, donkerrood, maar zoeter. Met mijn rug tegen zijn stam luister ik naar het ruisen van de top, als in een groene oase en een herberg van rust.
Geloof als een mosterdzaad
Lucas 17:5-6 'En de apostelen zeiden tegen de Heere: Vermeerder ons het geloof.' Andere vertaling zegt: 'toen zeiden de apostelen tegen de Heer: 'Geef ons meer geloof'. De menselijke woorden 'vermeerder' en 'meer' vallen mij op. Meer... steeds meer, more love, more power, more of You in my life. De Heer zei: 'Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: "Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in zee!" en hij zou jullie gehoorzamen.
De Bijbelse planten
Schuifelend ga ik langs de Bijbelse planten, voel aan hun blad en bekijk hun bloei. Een bed met kruiden en daar, langs de oude muur de droogte minnende planten in kalkrijke grond. De warme zon, de luwte van de intieme tuin, de waarnemingen, herinneringen, deze muziek, de gedachten maken de puzzel tot een geheel. Het gebeurt in je en het gebeurt aan je. Ik laat het aan mij gebeuren.
