sposa amata

Sposa Amata — opening
vlinder geel vlinder wit vlinder blauw vlinder bruin vlinder oranje punten

Dit is geen webpost.
Dit is een belofte.

Een reis in het licht van het Hooglied.
Niet om te begrijpen, maar om te bewonen.

Waar woorden openen,
en stilte een vorm van aanwezigheid wordt.


Sposa Amata

Geliefde bruid, in licht en stilte

Het is een titel die voorkomt in liederen geïnspireerd op het Hooglied,
waar liefde, verlangen en mystieke verbondenheid centraal staan.

Er klinkt een lied
Niet als achtergrond,
niet als verklaring,
maar als een aanwezigheid
die zich aandient
nog vóór wij woorden vinden.

De stem opent een ruimte
waarin verlangen mag bestaan,
zonder zich te hoeven verantwoorden,
zonder vorm te moeten aannemen.

Beelden voegen zich bij de klank:
lichamen in licht,
blikken die blijven rusten,
aanrakingen die suggereren,
meer dan zij tonen.

Romantisch, zinnelijk, teer —,
en terwijl wij kijken
merken we hoe het lied
ons niet van buiten raakt
maar van binnen.

Dit lied is geen aankomst.
Het is het begin
van alles wat volgt.

We blijven even
bij wat gezien werd.
De schoonheid,
de nabijheid,
de belofte die in
de beelden besloten ligt
als een fluistering
langs de huid.

Langzaam wordt zichtbaar
dat deze beelden ook spiegels zijn —
projecties van ons verlangen,
van onze eenzaamheid,
van de hoop
dat het zichtbare vervult
wat dieper ligt.

De beelden raken iets aan,
maar zij kunnen het niet dragen.
En juist daarin
openen zij de ruimte
om los te laten.

Zonder afwijzing.
Zonder oordeel.
We vliegen verder.

Wat blijft,
is de klank.

De muziek ademt verlangen,
strekt zich uit naar verbinding,
houdt vast
en laat weer los.

Er klinkt erkenning in —
van behoefte,
van hunkering naar de ander,
naar nabijheid die blijft.

En toch ook iets beklemmends,
alsof de muziek
ons even wil vasthouden
waar wij willen bewegen.

Je wilt haar soms vooruit spoelen,
soms terug,
alsof je zoekt
naar het moment
waarop zij precies samenvalt
met je eigen adem.

Maar ook de muziek
is geen rustplaats.

Zij wijst,
zij opent,
en laat ons weer gaan.

Dan blijven
de woorden.

Woorden uit het Hooglied,
eeuwenoud
en toch steeds nieuw,
die zich voegen
bij wat we zagen
en bij wat we hoorden.

Bijeengenomen,
losse Bijbelcitaten,
oplichtend als fragmenten
van een groter geheim.

Zij willen niet vastleggen
wat zich niet laat vangen,
maar getuigen
van een liefde
die groter is dan bezit.

Wanneer woorden te zwaar worden,
is dat niet omdat zij tekortschieten,
maar omdat het geheim
waarnaar zij verwijzen
groter is
dan elke formulering.

Daarom dragen wij deze woorden
niet als sluitsteen,
maar als richting,
als fluistering,
als adem.

Ook hier
stijgen wij weer op.

Geen hoogte.
Geen diepte.
Maar een horizon
die zich verbreedt
terwijl wij bewegen.

Geen plaats om te landen,
geen punt om te bezitten,
maar een open ruimte
waarin licht zich uitstrekt
over alles wat leeft.

Hier is plaats
voor alle vlinders —
als schepselen,
als zielen,
als mensen,
die volledig zichzelf mogen zijn.

Vrij om te bewegen,
vrij om te resoneren.
En alleen in die vrije beweging,
dansend, licht en ongedwongen,
weten wij ons één —
spiegelend, resonerend.

Onze wiekende vlindervleugels,
gezien,
gehoord,
bevrijde en gedragen zielen.
Zoals het Hooglied fluistert:
"Mijn lief glanst en schittert,
hij steekt boven duizenden uit."

In geloof opent zich een ruimte —
een horizon die je niet kunt overzien,
een diepte, onpeilbaar, ondoorgrondelijk,
een hoogte, hemelhoog,
een tijd
die openvalt
op eeuwigheid.

Ruimte om te zijn wie je bent —
schepsel, zoals je gemaakt bent,
verloste, Zijn genade voor jou,
geliefde —
mag er liefde zijn?
gezegende —
om te koesteren,
getalenteerde —
besef je dat?
Helemaal jij.

Eén waarin de Schepper niet sluit,
maar uitnodigt —
wees welkom.

In Zijn Woord,
in Zijn aanwezigheid.

Kruisvenster

Populaire posts van deze blog